Een leerling gaat over naar een volgend leerjaar indien:
|
1. |
alle eindcijfers 6 of hoger zijn, of: |
|
a. |
er één 5 is en alle andere eindcijfers zijn 6 of hoger of: |
|
b. |
er één 4 is en alle andere eindcijfers zijn 6 of hoger of: |
|
c. |
er twee vijven zijn en alle andere eindcijfers zijn 6 of hoger, of: |
|
d. |
er één 4 is en één 5 en alle andere eindcijfers zijn 6 of hoger en het gemiddelde van alle cijfers is een 6,0 of hoger. |
|
2. |
en het gemiddelde van de gekozen vakken is tenminste 6,0 (gemiddelde over de op één decimaal nauwkeurig afgeronde rapportcijfers); |
|
3. |
en voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (mits gekozen) ten hoogste één 5 op het rapport staan: |
|
4. |
en de maatschappelijke stage met een voldoende is afgerond: |
|
5. |
en voor alle aangeboden vakken staat er een beoordeling (cijfer of lettercode) op het rapport. |
Over het al dan niet bevorderen van een leerling beslist de rapportvergadering van lesgevende docenten bij meerderheid van stemmen. Elke docent brengt één stem uit, gehoord hebbende de vergadering. De vergadering kijkt naar de gehele lijst en betrekt bij het besluit alle relevante, ter beschikking staande informatie. Indien de stemmen staken beslist de afdelingsleider.
Bespreekmarge
Een leerling wordt voor de overgang besproken indien zijn cijferlijst door fictieve ophoging met twee punten voldoet aan de norm voor directe bevordering. Van deze twee punten mag er maximaal één worden opgeteld bij een gekozen vak. Bij deze bespreking betrekt de vergadering het perspectief alle vakken.
Rechtvaardigheidsclausule
Bij een sociaal-medische situatie, ter beoordeling van de afdelingsleider, gehoord hebbende de mentor/coach, kan een leerling die niet aan bovenstaande criteria voldoet alsnog in bespreking worden gebracht.
Niet bevorderd
Indien de leerling niet bevorderd is, kan hij een gericht advies krijgen van de vergadering zijn studie te vervolgen op een andere afdeling.