Verdergaan naar hoofdinhoud

De Lerende School in Beeld 

 
 

Inleiding


Dit boekje komt voort uit een vraag die op veel scholen gehoord wordt,
namelijk: wat is nu een lerende school? Er horen andere vragen bij: hoe
ziet een krachtige leeromgeving voor docenten eruit, wat kunnen we
doen om een lerende organisatie te zijn, hoe kunnen we dat vormgeven?
Het Ruud de Moor Centrum ontvangt subsidie van het ministerie om
vragen van scholen te onderzoeken in samenwerking met die scholen.
Dit onderzoek is samen met het bureau Diephuis van Kasteren uitgevoerd
door scholen volgens de waarderende aanpak te bekijken. Hiermee
bedoelen we dat we gezocht hebben naar de ‘pareltjes’ in de lerende
school, naar wat er al goed gaat.
Na telefonische interviews zijn we bij drie scholen op bezoek geweest om
‘schoolportretten’ te maken. Deze portretten komen uit de praktijk van
alledag. Docenten kunnen zich erin herkennen en krijgen zo een beeld
van wat een lerende school is.
Verder worden er in dit boekje praktische tips gegeven waarmee docenten
aan de slag kunnen.

Mocht er bij u op school een vraag leven over het leren van docenten in
teams, in netwerken en binnen scholen, dan horen we dat graag van u.
Ons team van medewerkers staat klaar om samen met u die vraag verder
te onderzoeken en er samen met u van te leren.

Naomi den Besten en Marieke Dresen



Smaken verschillen


Wat is voor jou een krachtige leeromgeving?

Wij vroegen aan docenten, ondersteuners en schoolleiders wat een
krachtige leeromgeving voor hen betekent. Dit is hoe ze het
omschreven: Ontwikkelkansen krijgen… Jezelf kunnen zijn…
Je gesteund voelen… Open communiceren… Uitgedaagd worden…
Initiatief nemen… Constant reflecteren… Ruimte krijgen… Leren van
ervaringen… Samen leervragen stellen…

Zoveel mensen, zoveel antwoorden

Deze publicatie nodigt je uit een eigen antwoord op deze vraag te formuleren.
Er is namelijk geen vast recept voor een krachtige leeromgeving
voor docenten. Het aloude gezegde “smaken verschillen” gaat ook hier op.
De publicatie bestaat uit de volgende vier delen die je hierbij helpen:

In de schoolportretten kun je lezen hoe drie scholen een krachtige
leeromgeving voor docenten hebben gerealiseerd. We beschrijven die
leeromgeving in detail.

In het tweede deel beschrijven we perspectieven, brillen die je op kunt
zetten om naar leren en leeromgevingen te kijken.

Wanneer je zelf met dit onderwerp aan de slag wilt dan vind je in het
derde deel tips over het veranderingsproces én makkelijk uitvoerbare
acties om snel in beweging te komen.

In het vierde deel beschrijven we de onderzoekaanpak van het actieonderzoek
waarmee we ons hebben verdiept in het onderwerp.
Dan weet je hoe we aan onze resultaten komen.


Schoolportretten

Een kijkje achter de schermen

Ze weten toch alles?

Tijdens een schoolbezoek zei een leerling: “Maar docenten weten toch
alles al? Ze hebben toch al genoeg geleerd?” Het duurde even voordat de
leerlingen zagen dat de docenten zich ook voortdurend blijven ontwikkelen.
Toen werden ze ook echt nieuwsgierig: “Wie bepaalt er dan wat een
docent leert? Wat zouden docenten graag willen leren? Van wie leren
docenten het meest?”.

De school is een leeromgeving voor docenten

Uit dit voorbeeld blijkt dat de school lang niet altijd wordt gezien als
leeromgeving voor docenten. Je kunt zeggen ‘ik geloof het pas als ik het
zie’ maar misschien is het juist andersom, als je het gelooft dan zie je het.
Met andere woorden, je perspectief bepaalt wat je ziet. In dit onderzoek
hebben we drie scholen bekeken vanuit het perspectief dat ze een leeromgeving
zijn voor docenten. Sommigen krachtiger dan anderen, maar
het zijn allemaal leeromgevingen.

Op zoek naar de parels

Met dit perspectief in gedachten hebben we drie scholen bezocht waar we
‘achter de schermen’ van de leeromgeving mochten kijken. We zochten
bewust naar wat de leeromgeving krachtig maakte omdat dat anderen kan
inspireren. We zochten naar de ‘parels’, naar de bijzondere aspecten van
de leeromgeving. Op de volgende pagina’s staan de drie schoolportretten
waarin je met ons mee kunt kijken naar de school als leeromgeving voor
docenten.


Bonhoeffer College

Het Bonhoeffer College, locatie Vlierstraat, in
Enschede is een school voor praktijkonderwijs.
Ongeveer 250 leerlingen volgen er onderwijs op
maat. Wat hierna volgt is het beeld dat in gesprek
met medewerkers van de school is ontstaan.



Een hechte gemeenschap

Wat meteen opvalt in de school is de open manier waarop docenten,
schoolleiding en de leerlingen met elkaar omgaan. Daaruit spreekt een
grote mate van respect en vertrouwen. Samenwerken is hier echt samen
werken. Zoals een van de docenten zegt: “Door de centrale momenten zijn
wij een heel close team. Je kunt hier niet als individu rondlopen, dan ga je
het zeker niet redden.” En dat hoeft ook niet, want de collega’s staan voor
elkaar klaar: “Een nieuwe collega heeft het hier de eerste weken soms
moeilijk. Wij geven altijd aan dat dit voor ons ook zo is geweest en er is
veel ruimte om hierover te praten.” De leertrajecten van docenten verschillen
van persoon tot persoon. Toch zijn de trajecten sterk met elkaar
verbonden omdat er vooral van en met elkaar wordt geleerd.

Leren in de wandelgangen

Gezamenlijk betekenis geven aan de gebeurtenissen van alledag is een
van de voornaamste manieren waarop er hier geleerd wordt. De school
vormt de context van het leren. Zoals een docent vertelt: “Ik leer hier
iedere dag veel van de contacten met leerlingen, ouders en collega’s.”
Tijdens het schoolbezoek kwamen we tientallen voorbeelden tegen van
leeractiviteiten van docenten. We noemen hier een paar opvallende.
Ten eerste de briefing, een dagelijkse bijeenkomst van al het personeel.
Als de leerlingen naar huis zijn, hebben de docenten een half uur om zich
voor te bereiden op de briefing. Ze reflecteren individueel op de dag en
bepalen of er iets gedeeld moet worden met de collega’s. Als tijdens de
briefing zelf blijkt dat een onderwerp extra aandacht nodig heeft dan
wordt er een aparte bijeenkomst georganiseerd met een kleinere groep.
De briefing creëert een gemeenschapsgevoel en biedt een platform voor
docenten om van elkaar te leren.

Op de tweede plaats leren de docenten veel van informele contacten op
de werkvloer. In de wandelgangen wordt feedback gegeven en worden
lastige situaties besproken. Bijzonder is de manier waarop mentorkoppels
worden samengesteld: twee docenten die samen mentor zijn van een
klas. De koppels worden zo gemaakt dat de twee collega’s elkaars kwaliteiten
aanvullen en van elkaar kunnen leren.


Het samenstellen gebeurt in dialoog tussen de docenten en de teamleiders.
De koppels kunnen elk jaar wisselen waardoor er nieuwe samenwerkingsrelaties
ontstaan.

Een derde manier waarop docenten leren is via cursussen en externe
bijeenkomsten. Dit vormt een sterke impuls voor de eigen schoolontwikkeling
en daarmee ook voor het leren van docenten. Van deelname in
regionale netwerken tot het volgen van een op maat gemaakte training:
de docenten leren ook veel buiten de muren van de school.

Sociale steun

De personeelsleden ondersteunen elkaars leerproces in alle lagen van de
organisatie. Dat doen ze in de wandelgangen, tijdens de briefing en ook in
gestructureerde gesprekscycli of coachingstrajecten. Een docent gaf hier
een mooi voorbeeld van: “Een collega wilde meer zelfvertrouwen krijgen
en dat herkende ik bij mezelf ook. Toen stelde ze voor om hier samen een
cursus over gaan volgen. Zo proberen we echt samen ons te ontwikkelen.”
Er is een interne coach voor nieuwe en zittende docenten. Daarnaast ondersteunen
ook de mensen in leidinggevende posities de collega’s. Zij geven
ruimte aan iedereen om zich te ontwikkelen en stimuleren het leren in
de gesprekscycli met individuele docenten. Zoals een docent vertelde:
“De teamleider is degene die je prikkelt om goed naar je leerproces te
kijken. Het IPB [integraal personeelsbeleid, red.] gesprek is daar een heel
goed voorbeeld van. Dat maakt je beter bewust van waar je mee bezig
bent, wat je verder nog wilt en waarin je wilt doorgroeien.”

Een professionele cultuur

Er zijn natuurlijk veel invloeden op de leeromgeving van docenten op het
Bonhoeffer College. Opvallend zijn de cultuur en de aanjagers van het
leerproces. Zoals de locatiedirecteur zegt: “In tien jaar tijd zijn wij gegroeid
van een politieke naar een professionele organisatie”. Deze professionaliteit
is merkbaar in de open communicatie en de heldere manier waarop
besluiten worden genomen. De school biedt veel ruimte voor zelforganisatie
om de ontwikkeling van individuen en teams te optimaliseren.


De docent heeft binnen duidelijke kaders van de school alle vrijheid en
de leidinggevenden nemen beslissingen nadat alle betrokkenen gehoord
zijn. Dat schept vertrouwen en vormt de basis voor de professionele
ontwikkeling van de organisatie. Tijdens het schoolbezoek merkten we dit
direct aan de gemeenschappelijke taal en de wijze waarop het gesprek
verliep. Iedereen kon zijn stem laten horen, onafhankelijk van de positie in
de organisatie.

Een nieuwe leeromgeving

Een duidelijke aanjager van het leerproces is de nieuwbouwlocatie.
Die nieuwe locatie is samen met de docenten vormgegeven en met de
leerlingen gebouwd. Het gebouw is gericht op het leren van praktische
vaardigheden en het werken in sectoren. Dit was nadrukkelijk een wens
van de docenten die nu veel contextrijker les kunnen geven. De nieuwbouw
was dan ook zeker een stimulans om anders te gaan werken en daar
samen in te ontwikkelen.
In de nieuwbouw is snel een ingrijpende vernieuwing doorgevoerd en
daarbij is veel geleerd. “We zijn niet alleen verhuisd maar we hebben ook
de organisatie een nieuwe vorm gegeven door in sectoren te gaan werken.
We hebben een hele nieuwe start gemaakt. Hier kunnen we praktijkonderwijs
op een goede manier geven. We hebben zelf invulling gegeven
aan het gebouw.” Deze grootschalige vernieuwing was mogelijk dankzij
het hechte team. Zoals de locatieleider zegt: “De samenwerking, de basis,
was er al in het oude gebouw. Het vertrouwen, belangstelling in elkaar,
de wens om samen verder te komen was er gewoon. De nieuwbouw heeft
ons alleen vleugels gegeven.”

De leerling staat voorop

De leerresultaten zijn vooral zichtbaar in kleine verbeteringen, zoals in het
contact met leerlingen. De basis van respect en vertrouwen tussen docenten
en leerlingen is voelbaar in de school en zichtbaar in de wijze waarop
iedereen met elkaar omgaat. Het motto “het kind is de maat” betekent in
de praktijk dat het leren van docenten sterk gericht is op het verbeteren
van de leeromgeving van leerlingen. Wil een leerling bijvoorbeeld leren
bloemschikken, dan gaat een docent daar een cursus over volgen om
het daarna aan de leerling te kunnen uitleggen. Soms is deze verbinding
minder direct, als het leren gericht is op het functioneren van de schoolorganisatie.

Zoals een coördinator en docent vertelt: “Ik heb een traindetrainer
gedaan, een managementcursus gedaan en een LCcursus
gevolgd.
Er is ruimte om je te scholen in dat waar je voorkeur naar uitgaat.”
Leertrajecten starten vanuit uitdagingen in het vak en vanuit authentieke
leervragen van docenten. Afgezien van de Master in Special Educational
Needs, die elke docent volgt, is er dan ook geen vaststaand professionaliseringstraject.


Levenslang leren als opdracht

Wat opvalt, is het gemak waarop iedereen over dit onderwerp spreekt.
Het lijkt wel vanzelfsprekend dat de school een krachtige leeromgeving
vormt voor leerlingen én docenten. De medewerkers die we spraken, van
de locatiedirecteur tot een externe ondersteuner, benoemen allemaal
dezelfde kenmerken van de school als leeromgeving. “Het viel mij op dat
iedereen hetzelfde denkt over school als leeromgeving”, zegt een van
hen. Het leren van docenten is dan ook vaak onderwerp van gesprek en
iedereen neemt het initiatief om daaraan bij te dragen. Dit zijn duidelijke
kenmerken van een lerende organisatie. De locatieleider formuleert het
als volgt: “Niemand hier heeft de wijsheid in pacht en onze opdracht is om
een leven lang te leren. Dat geldt voor alle lagen van de organisatie.”

 

Bron: De Lerende School in Beeld, Ruud de Moor Centrum Open Universiteit 2009, rdmc.ou.nl