Verdergaan naar hoofdinhoud

 Andere sectoren

Neem ook eens een kijkje bij de andere sectoren:
Sector Techniek
Sector Zorg, welzijn & horeca
Sector Groen & infra
Sector Economie

 Sector Zorg, welzijn & horeca

In elke sector wordt onderwijs op maat gegeven, met speciale aandacht voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de individuele leerling. Er wordt altijd uitgegaan van de mogelijkheden van de leerlingen.
Centraal staan sociale redzaamheid en training van arbeidsvaardigheden / begeleiding naar arbeid.

In de sector zorg, welzijn en horeca, op school ook wel ZWH genoemd, worden de volgende onderdelen of technieken aangeboden:

 Consumptieve technieken

Bij consumptieve technieken leer je o.a. hoe je een maaltijd kunt bereiden. Dat kunnen voorgerechten, hoofdgerechten en nagerechten zijn, maar ook snacks, hapjes en lunches.
De leerling maakt ook kennis met de basisvaardigheden voor het werken in de keuken / horeca.
Een deel van de sector is ingericht als een professionele restaurantkeuken, waar de leerling kan leren koken, bakken en braden. Bij een activiteit als bijvoorbeeld de Kerstmarkt, een open huis of receptie kunnen leerlingen de catering verzorgen.
 

 

Er kan ook gekozen worden voor de eenjarige cursus 'werken in de horeca'.
Hier krijgen leerlingen een specifiek aanbod van vaardigheden om op assistentenniveau te kunnen werken in de horeca.
Deze cursus wordt afgesloten met een branche erkend certificaat.

 Zelfzorg

In de sector ZWH bevindt zich ook een kleine keuken, de zelfzorgkeuken. Hier wordt de leerlingen geleerd hoe ze vanuit een recept een gerecht moeten maken, voor zichzelf of voor een gezin, om de zelfredzaamheid te vergroten.
Vaak betekent dit dat je meerdere stappen moet zetten. Eerst moeten er boodschappen gedaan worden voor een bepaald budget. Dan moet je goed kijken wat je nodig hebt en dit klaarzetten. Vervolgens het recept goed lezen en het gerecht klaarmaken.
In de zelfzorgkeuken worden ook kleine hapjes bereid, dit kan zijn een cake, koekjes of appelflappen.

 Dienstverlening

Naast voor jezelf (en/of een gezin) een maaltijd kunnen bereiden, leert een leerling ook andere vaardigheden om in de toekomst zelfstandig te kunnen functioneren in het dagelijkse leven, zoals:
de afwas doen, het wassen en drogen van kleding, strijken, koffie en thee zetten en schoonmaken. Belangrijk hierbij is het aanleren van de omgang met en het gebruik van de desbetreffende apparatuur.

 Textiele werkvormen

Bij textiel wordt een leerling o.a. geleerd om met de naaimachine te werken.
Daarnaast worden er andere vaardigheden aangeboden, zoals breien, borduren, het maken van sieraden van diverse materialen en het maken van tassen.
Er worden ook werkstukken gemaakt om te verkopen op bijvoorbeeld onze Kerstmarkt.

 Werken in het kinderdagverblijf / in de zorg

Het 'werken in een kinderdagverblijf' is een cursus binnen de sector, waarvoor je na een jaar een branchegericht certificaat kunt halen.
De lesstof is verdeeld in schoonmaaktaken (80%) en kindgerichte taken (20%). Bij het examen wordt je getoetst op de volgende onderdelen:

- speelgoed reinigen
- een kinderbed verschonen
- was vouwen
- assisteren bij het maken van een fruithapje voor kinderen van      verschillende leeftijden
- assisteren bij het gereed maken van een broodmaaltijd voor kinderen van verschillende leeftijden
- ramen wassen
Om een certificaat te kunnen behalen, moet een leerling stage lopen in een kinderdagverblijf, waar opdrachten uit het stageboek uitgevoerd moeten worden.

 

Er kan ook een certificaat behaald worden voor de cursus 'werken in de zorg' . In deze cursus wordt de leerling vaardigheden aangeleerd ter ondersteuning van het zorgen voor ouderen en/of gehandicapten. Examenonderdelen hiervan zijn:

- een bed verschonen
- de was sorteren
- ramen wassen
- een rolstoel schoonmaken
- assisteren bij een activiteit of uitdelen van de maaltijden
De leerlingen moeten voor deze cursus stage lopen in een zorginstelling voor ouderen of gehandicapten en hier de opdrachten uit hun stageboek uitvoeren.

 Schoonmaken in de groothuishouding

Dit onderdeel wordt aangeboden in een cursus. De cursus 'schoonmaken in de groothuishouding' duurt een jaar. De onderstaande onderdelen worden hier geoefend:

- stofwissen
- enkelvoudig moppen
- interieur (bijvoorbeeld kantoren schoonmaken)
- sanitair (toiletten)

De cursus, die bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte, wordt afgesloten met een branche erkend certificaat.
Een leerling zou met dit certificaat aan het werk kunnen bij een schoonmaakbedrijf.