|
Het zorggebied Als ouders hun kind aan onze school toevertrouwen, hebben wij de plicht goed voor ze te zorgen. Die zorg delen we met de ouders. Meestal is dat de taak van de mentor. Het betreft dan voornamelijk: de algemene, reguliere zorg. Er wordt ook meer specifieke zorg geboden daar waar een hulpvraag bestaat. Deze is onder te verdelen in twee gebieden:
- Cognitief
- Sociaal-emotioneel
|
 |
Cognitief gebied
Leerlingen krijgen extra ondersteuning op het gebied van lezen, spellen, op vakspecifiek terrein en bij het leren leren.
Extra aandacht krijgen leerlingen met een dyslexieverklaring, een LWOO-beschikking, een Rugzakje en zij die mogelijk dyslectisch zijn. Als er sterke vermoedens zijn dat een leerling dyslectisch is, maar een officiële verklaring is nog niet afgegeven, kan de school een voorlopige dyslexiekaart aanbieden.
Het spreekt voor zich dat andere leerlingen met een hulpvraag, waar mogelijk, ook kunnen rekenen op ondersteuning.
Sociaal-emotioneel gebied
Leerlingen krijgen ondersteuning op dit gebied daar waar sprake is van faalangst, sociaal onhandig gedrag en examenvrees.
Een training bestaat uit zes lessen van anderhalf uur. Zoveel mogelijk gegeven tijdens K.W.T.
Voordat de training start worden de ouders uitgenodigd voor een ouderavond.
Daarnaast is er een steeds groter wordende zorgbehoefte op vele gebieden:
te laat komen, spijbelen, regelmatig verwijderd worden, pesten, onderlinge ruzies, psychosociale problematiek, psychiatrie, verslaving, thuissituatie.
De zorgbehoefte wordt in twee categorieën onderverdeeld:
- De leerling heeft problemen waardoor het leerproces negatief beïnvloed wordt. Indien mogelijk proberen we het intern op te lossen.
- Er is sprake van problematiek, maar het leerproces wordt niet negatief beïnvloed. We pakken het op en gaan indiceren. Externe oplossing.
De zorglijnen
De mentor: De mentor is de spil in de zorgverlening. Hij/zij moet als eerste geïnformeerd zijn als er iets bijzonders aan de hand is. De mentor is de aangewezen persoon om anderen op de hoogte te houden.
Het zorgteam
Als de problematiek te complex is, schakelt de mentor, in principe altijd in overleg met de coördinator, het zorgteam in.
Als een leerling bij het ZT is aangemeld, neemt het zorgteam alle zorg m.b.t. deze leerling over van de mentor.
Verschillende onderzoeken op cognitief en/of sociaal emotioneel gebied kunnen door onze orthopedagoog op school gedaan worden. Indien nodig zal het ZT indiceren. Bijvoorbeeld naar de schoolarts, jeugdhulpverlener of een andere vorm van hulpverlening.
De zorgcoördinatoren en de leerlingbegeleider overleggen wekelijks. Op afroep schuiven de leerplichtambtenaar en/of de jeugdagent aan. Het Zorgteamoverleg vindt wekelijks plaats. In dit overleg worden de ‘zorgleerlingen’ besproken.
Verder hebben we zes keer per jaar het overleg met het Zorg Advies Team(ZAT).
De doelstellingen van het ZAT zijn:
- Met een vroege en juiste aanpak van de problemen wordt beoogd schooluitval te voorkomen.
- Door middel van adequate samenwerking tussen beroepskrachten vanuit het onderwijs en instanties die buiten het onderwijs betrokken zijn bij de leerlingen worden:
- Vroegtijdig problemen van leerlingen gesignaleerd.
- De signalen die de verschillende instanties inbrengen verzameld
- Noodzakelijke stappen / aanpak besproken
Andere bijzondere zorg binnen school:
Intern:
- Twee vertrouwenspersonen
- De BHV-ers
Extern:
- Ambulante begeleider van Bartiméus, ’t Roesingh en SSTS
In samenwerking met voornoemde ambulante begeleiders (AB-ers) begeleiden we de leerlingen met een ‘Rugzakje’. Het gaat hier om Leerling Gebonden Financiering (LGF). Voor deze leerlingen wordt zorg op maat geboden door een lid van het zorgteam. In samenwerking met de AB-er wordt een handelingsplan opgesteld.
Alle meisjes van de tweede klas krijgen voorlichting omtrent de Loverboy problematiek (het zgn. Loverboy Project).
Het Zorgteam.
Link naar de verzuimkaart. Hierin staat de regelgeving van de onderwijs-inspectie m.b.t. verzuim